Fiona McFarlane – Tijgers in de nacht

Fiona McFarlane – Tijgers in de nacht

De 75-jarige weduwe Ruth woont alleen aan de Australische westkust. Haar twee zoons wonen ver weg, en in haar afgelegen strandhuis probeert ze de laatste jaren van haar leven zinvol door te brengen. Op een ochtend wordt Ruth angstig wakker. Ze is ervan overtuigd dat er een tijger in haar huis rondsluipt. Dan krijgt ze totaal onverwacht bezoek van een exotische vrouw die beweert namens de regering voor haar te komen zorgen. Deze Frida weet met haar kordate optreden en charme een plek te veroveren in zowel Ruths hart als haar huis. Frida en de tijger: ze zijn er, en ze gaan niet meer weg. Maar zijn ze wel wat ze lijken? Wie kan Ruth vertrouwen? En kan ze zichzelf nog wel vertrouwen?

Fiona McFarlane - Tijgers in de nacht
Jaartal: 2014
Bladzijden: 296
Genre: Psychologisch verhaal
Mijn mening:

 

Mijn samenvatting

Ruth werd om vier uur ’s nachts wakker en haar wazige brein zie: ‘Tijger.’ Dat was niet ongewoon; ze was aan het dromen. Maar er klonken geluiden in het huis, en toen ze wakker werd, hoorde ze die. Ze kwamen van de andere kant van de gang, uit de huiskamer. Iets groots was bezig zich tegen Ruths bankstel en televisie aan te schurken en, vermoedde ze, tegen de tarwekleurige leunstoel die was vermomd als oorfauteuil. Andere geluiden volgden: het gehijg en ademen van een groot dier; een krachtige ademhaling die enormiteit en concentratie suggereerde; absoluut de geluiden van een zoogdier; absoluut katachtig, alsof haar katten waren gegroeid en met hun enorme neuzen naar eten snuffelden. Maar de slapende katten drukten de lakens aan het voeteneind van Ruths bed naar beneden, en dit was iets anders. (blz. 7)

Ruth is 75 jaar en woont alleen in een huis aan zee in West-Australië. Haar man is een aantal jaren geleden overleden en haar beide zonen wonen ver weg. Als ze op een nacht wakker wordt denkt ze een tijger in haar huis te horen. Ze vertelt hierover aan de telefoon tegen haar zoon. Niet lang daarna zit ze vanuit haar woonkamer naar de zee te kijken als er opeens iemand haar tuin binnen komt lopen. Deze vrouw heeft een grote koffer bij zich die ze de helling omhoog sleept. Ze doet alsof ze Ruth al jaren kent. Ruth denkt dat ze haar misschien van vroeger kent, toen ze met haar ouders in Fiji woonde.

‘Sorry, sorry.’ De vrouw liet Ruths handen los, ging met een arm tegen het huis geleund staan en zei: ‘U heeft geen idee wie ik ben.’ Toen sloeg ze een professionele toon aan. ‘Mijn naam is Frida Young, en ik ben hier om voor u te zorgen.’
‘O, dat had ik niet begrepen!’ riep Ruth uit, alsof ze iemand had uitgenodigd voor een feestje en dat vervolgens helemaal was vergeten. Ze stapte uit de stevige schaduw van Frida Youngs geleun. Met een zenuwachtige, verwarde, bijna flirterige stem zei ze: ‘Moet er voor mij gezorgd worden dan?’
‘Zou u niet een beetje hulp kunnen gebruiken? Als er iemand naar mijn voordeur zou waggelen – mijn achterdeur – en aanbood voor me te zorgen, dan zou ik diegene haar voeten kussen.’
‘Ik begrijp het niet,’ zei Ruth. ‘Hebben mijn zoons u gestuurd?’
‘De regering heeft me gestuurd,’ zei Frida, die vrolijk zeker leek te zijn van de uitkomst van hun babbeltje: ze had haar schoenen uitgetrokken – strandschoenen waar de veters uit waren gehaald – en spreidde haar tenen in het zanderige gras. ‘U stond op onze wachtlijst en er kwam een plekje vrij.’ (blz. 15)

Ruth wist niet dat ze op een wachtlijst stond, maar denkt dat haar zonen dit voor haar geregeld hebben. Vanaf dat moment komt Frida elke ochtend met een taxi naar haar toe. Ze maakt het huis schoon en zorgt voor het eten. ’s Avonds gaat ze weer naar huis. Al snel lijkt het alsof Frida er altijd was.

Het huis mocht Frida; het stelde zich open. Ruth zat in haar stoel en zag het gebeuren. Ze zag de boekenkasten een zucht van verlichting slaken toen Frida ze afstofte en herschikte; ze zag de studeerkamer jaren aan door-Harry-gehamsterd papierwerk verbannen. Ze had nog nooit zulke perfecte sinaasappels gezien als degene die Frida in haar kleine nettasje meenam. Het huis, de sinaasappels en Ruth wachtten elke doordeweekse ochtend tot Frida in haar goudkleurige taxi aankwam, en als ze vertrok, vervielen ze in stilzwijgen van opluchting en verdriet. Ruth merkte dat ze uitkeek nar de verstoring van haar dagen; ze walgde een beetje van zichzelf dat ze zo snel was gezwicht. (blz. 40)

Langzaam maar zeker bemoeit Frida zich steeds meer met het leven van Ruth. Ze zorgt er zo voor dat Ruth haar auto verkoopt, omdat ze daar toch niet in durft te rijden.

Ruth denkt steeds meer terug aan de tijd toen ze in Fiji woonde. Ze ging rond haar 18e terug naar Australië om daar een opleiding te gaan volgen. In Fiji was ze verliefd op de jonge arts die bij haar vader in het ziekenhuis werkte. Ze gingen tegelijkertijd terug naar Australië, maar onderweg vertelde hij haar dat hij verloofd was. Al die jaren hebben ze contact gehouden, o.a. door kerstkaarten naar elkaar te sturen. Ruth besluit dat ze hem wel weer eens wil ontmoeten. Ze nodigt hem uit voor een weekendje. Tijdens dat weekend komt ze er achter dat Frida bij haar in huis woont. Heeft ze daar echt toestemming voor gegeven zoals Frida beweert? Is ze dat vergeten? En hoe zit het met de tijger die ze af en toe ’s nachts hoort?

 

Mening over het boek

Dit verhaal wordt verteld door Ruth en je maakt alles mee vanuit haar perspectief. Ze is al ouder en daardoor reageert ze soms verward. Hierdoor is het als lezer lastig om te bepalen of de dingen die zij meemaakt echt zijn of zich alleen in haar hoofd afspelen. Ik vind het een vreemd verhaal, maar ook fascinerend. Het verhaal werd halverwege het boek pas interessant en het tweede deel heb ik met verbazing gelezen. Ik was benieuwd naar het waarom van de tijger en van Frida, maar aan het einde van het boek is nog steeds niet echt duidelijk wat er nu precies is gebeurd. Ik bleef met vragen zitten en daardoor bleef het boek nog een tijdje in mijn hoofd rondhangen.

 

Ik heb dit boek van uitgeverij Meulenhoff gekregen om een recensie te schrijven. Dank jullie wel!

Samenvatting en boekomslag komen van uitgeverij Meulenhoff

Geef een reactie