Julie Otsuka – Waarvan wij droomden

Julie Otsuka – Waarvan wij droomden

Waarvan wij droomden vertelt het verhaal van een groep jonge vrouwen die bijna een eeuw geleden als picture brides per schip van Japan naar San Francisco werd gebracht. De slopende boottocht waarmee het boek opent verbindt de vrouwen in zowel ervaring als verwachting met elkaar. De gedeelde onzekerheid over hun leven in Amerika geeft hen een collectieve stem, een gezamenlijke identiteit. Vanaf hun aankomst in Californië zullen ze alleen zijn in een totaal vreemde wereld. Daar ontmoeten ze hun mannen, die vreemdelingen voor hen zijn, baren ze kinderen die Amerikaans zullen zijn, en moeten ze zich redden in een taal die ze niet spreken. En juist als ze zich na jaren thuis beginnen te voelen in Amerika volgt de aanval van Japan op Pearl Harbour.

Julie Otsuka - Waarvan wij droomden
Uitgever: Mistral
Jaartal: 2013
Bladzijden: 142
Vertaald door Joris Vermeulen
Genre: Psychologisch verhaal, Sociaal/politiek verhaal
Mijn mening:

 

Koop dit boek
De leukste plek om een boek te kopen is in een boekwinkel. Als je toch online wilt kopen kun je dat doen via een link hieronder. Dan krijg ik daar een percentage van en ondersteun je mijn website. Voor jou blijft de prijs hetzelfde! Alvast bedankt!
Bol.com

 

Voorleesfragment

 

Mijn samenvatting

Op de boot waren de meesten van ons maagd. We hadden lang, zwart haar, platte, brede voeten en waren niet heel groot. Sommigen van ons hadden als jong meisje niets anders gegeten dan rijstepap en hadden iets kromme benen, en anderen waren nog maar veertien en nog niet eens volwassen. Sommigen van ons kwamen uit de stad en droegen elegante stadse kleren, maar veel meer van ons kwamen van het platteland en droegen op de boot de oude kimono’s die we al jaren droegen: verschoten krijgertjes van onze zussen die heel vaak versteld en opnieuw geverfd waren. Sommigen van ons kwamen uit de bergen en hadden nog nooit de zee gezien, behalve dan op afbeeldingen, en anderen waren de dochters van vissers die hun hele leven hadden gezeten. (blz. 4)

Een schip vol jonge Japanse vrouwen is onderweg naar San Francisco. Zij gaan trouwen met Japanse mannen die al naar Amerika zijn verhuisd. Ze hebben contact gehad via brieven en foto’s en elke vrouw heeft haar eigen dromen over haar toekomst.

De meesten van ons waren talentvol en wisten zeker dat we een goede echtgenote zouden zijn. We konden koken en naaien. We konden thee serveren, bloemen schikken en urenlang rustig op onze platte, brede voeten zitten zonder ook maar iets wezenlijks te zeggen. Een meisje moet opgaan in haar omgeving; ze moet aanwezig zijn zonder anderen op haar bestaan te attenderen. We wisten hoe we ons tijdens begrafenissen moesten gedragen en hoe we korte, melancholische gedichten over het verstrijken van de herfst moesten schrijven die precies zeventien lettergrepen lang waren. We konden onkruid wieden, aanmaakhout hakken en water halen, en een van ons – de dochter van de rijstmolenaar – kon drie kilometer lang naar de stad lopen met een zak rijst van dertig kilo op haar rug zonder ook maar even te zweten. (blz. 7)

De bootreis is zwaar en onderweg worden veel vrouwen ziek. Bij aankomst in Amerika blijken de mooie jonge mannen waarnaar de vrouwen dachten toe te reizen, oudere mannen te zijn. De eerste teleurstelling…

Op de boot hadden we nooit kunnen weten dat we, toen we onze echtgenoot voor het eerst zagen, geen idee hadden wie hij was. Dat de grote groep mannen met hun mutsen en aftandse zwarte jassen die ons daar beneden op de kade opwachtten in niets leek op de knappe jongemannen van de foto’s. Dat de foto’s die we hadden ontvangen twintig jaar oud waren. Dat de brieven die ons waren gestuurd niet geschreeven waren door onze echtgenoot, maar door beroepslieden met een mooi handschrift wier werk het was om leugens te vertellen en harten te veroveren. Dat toen we onze namen voor het eerst over het water hoorden schallen, een van haar handen voor haar ogen sloeg en zich omdraaide – Ik wil naar huis. Maar de rest van ons boog het hoofd, streek de rok van onze kimono glad en liep over de loopplank de nog warme dag tegemoet. Dit is Amerika, zeiden we tegen onszelf, je hoeft nergens bang voor te zijn. En daarin vergisten we ons. (blz. 22)

Er zullen nog veel teleurstellingen volgen. Amerikanen vinden de Japanners maar rare mensen en ze worden gepest of genegeerd. De mannen en vrouwen moeten keihard werken op het platteland. Het leven is veel zwaarder dan ze hadden gedacht.
En dan begint de Tweede Wereldoorlog. De Japanners zijn vijanden van Amerika. De Japanners die in Amerika wonen moeten gedwongen verhuizen naar dorpen in het midden van het land. Ze moeten alles achterlaten.

Een jaar later zijn bijna alle sporen van de Japanners verdwenen uit onze stad. Gouden sterren fonkelden achter onze ramen. Mooie jonge oorlogsweduwen duwen hun kinderwagens door het park. Over de schaduwrijke paden langs het waterbekken paraderen honden aan lange lijnen. In het centrum, in Main Street, bloeien de narcissen. De New Liberty Chop Suey zit rond lunchtijd vol arbeiders van de scheepswerf. Soldaten met verlaf slenteren over straat en het Paradise Hotel maakt overuren. Flowers by Kay is nu Foley’s Spirit Shop. De Harada Grocery is overgenomen door een Chinese man die Wong heet maar er verder precies hetzelfde uitziet, en wanneer we zijn etalage passeren kunnen we ons moeiteloos voorstellen dat alles is zoals het was. Maar Mr. Harada is niet meer onder ons en ook de andere Japanners zijn weg. We hebben het nog maar zelden over hen, of helemaal niet, hoewel ons zo nu en dan geluiden van de andere kant van de bergen bereiken – in de woestijnen van Nevada en Utah zijn complete steden vol Japanners ontstaan, in Idaho zijn Japanners op het land aan het werk gezet om de bieten te rooien, en in Wyoming heeft men een groep Japanse kinderen bij zonsondergang rillend en hongerig uit een bos zien komen. Maar dat hebben we alleen van horen zeggen, dus het hoeft niet perse waar te zijn. Het enige wat we weten is dat de Japanners ergens daarginds zijn, op een of andere plek, en waarschijnlijk zullen we hen nooit meer tegenkomen, niet in deze wereld. (blz. 151)

Hoe zal het met de Japanners verder zijn gegaan?

 

Mijn mening

Het leek mij een leuk boek om te lezen, maar het viel me tegen. Het verhaal is niet geschreven als roman, maar als een opsomming van gebeurtenissen, van meerder personen. Ik vond het daardoor vermoeiend om te lezen.
Wat me wel is bijgebleven is dat Japanners het vrij slecht hadden in Amerika. Ze werden totaal niet geaccepteerd.  Ook hadden de Japanse vrouwen geen flauw idee wat hen te wachten stond. Ze hadden het idee dat overal de Japanse cultuur zou zijn. Tijdens het lezen had ik medelijden met deze vrouwen.

 

Samenvatting en boekomslag komen van de website van uitgeverij The House of Books (hier is Mistral een onderdeel van)

 

Geef een reactie