John Boyne – De grote stilte

John Boyne – De grote stilte

1972. De jonge Odran Yates gaat in het klooster, omdat zijn moeder hem ervan overtuigd heeft dat het priesterschap zijn roeping is. Hij begint vol ambitie en hoop aan zijn nieuwe ­leven, toegewijd aan zijn studie en open voor nieuwe vriendschappen.
Veertig jaar later staat zijn vertrouwen in de Kerk onder grote druk door de vele onthullingen over misbruik. Vrienden van hem zijn voor het gerecht gesleept, collega’s zijn gevangen­gezet en vele jonge parochianen zijn getekend voor het leven. Odran vermijdt contact met de buitenwereld uit angst voor afkeurende blikken en beledigende opmerkingen. Maar als een familiedrama oude wonden weer openrijt, voelt hij zich gedwongen om de confrontatie aan te gaan en zijn eigen rol in de gebeurtenissen onder ogen te zien.
Het heeft vijftien jaar en twaalf romans geduurd voor John Boyne over zijn vaderland Ierland kon schrijven. Het ­resultaat is een van zijn krachtigste boeken ooit: een ­verhaal over vriendschap en morele moed, en de duistere uithoeken waarin een mens soms terechtkomt.

John Boyne - De grote stilte
Uitgever: Boekerij
Jaartal: 2015
Bladzijden: 400
Vertaald door Lucie van Rooijen
Genre: Psychologisch verhaal
Mijn mening:

 

Mijn samenvatting

Pas toen ik ruim op middelbare leeftijd was ging ik me ervoor schamen een Ier te zijn.
Ik zou kunnen beginnen met de avond waarop ik bij mijn zus aanbelde om te gaan eten en zij zich niet kon herinneren dat ze me had uitgenodigd; volgens mij was dat de avond waarop ze de eerste tekenen vertoonde dat ze geestelijk begon af te takelen.
Eerder die dag was George W. Bush voor de eerste keer ingehuldigd als president van de Verenigde Staten, en toen ik aankwam bij Hannahs huis aan Grange Road in Rathfarnham, zat ze aan de buis gekluisterd om de hoogtepunten van de ceremonie te bekijken die rond het middaguur in Washington had plaatsgevonden.
Ik was er bijna een jaar niet meer geweest en bedacht dat ik na Kristians overlijden een tijdlang regelmatig (blz. 7)

Odran is een Ierse priester. In 1972 begon hij met zijn opleiding. Hij was toen 16 jaar. Zijn moeder had jaren daarvoor een visioen gekregen dat Odran priester moest worden. Hij had geleerd om naar zijn moeder te luisteren en dat deed hij…

Tom Cardle en ik waren op dezelfde dag in 1972 aangekomen op het seminarie en hadden naast elkaar gezeten toen de kanunnik ons uitlegde hoe ons dagelijks leven er de komende maanden uit zou zien. Tom kwam vanbuiten, uit Wexford, en was een paar maanden ouder dan ik, hij was de week ervoor net zeventien geworden. Hij was niet blij om op Clonliffe te zijn, dat zag ik meteen al. Hij straalde diepe wanhoop uit en ik trok meteen naar hem toe, niet omdat ik me zo voelde, maar omdat ik bang was om me eenzaam te voelen en had besloten zo snel mogelijk vrienden te maken. Ik miste Hannah nu al en op de een of andere manier wist ik, zelfs zo jong al, dat ik wel eens een soort vertrouweling nodig zou kunnen hebben. Dus koos ik Tom, of liever gezegd: we kozen elkaar. We werden vrienden. (blz. 39)

Odran kwam er al snel achter dat hij zich helemaal thuis voelde op het seminarie.

De aanpassing aan het leven op het seminarie was voor ieder van ons natuurlijk weer anders, maar zelf had ik niet veel moeite met de verandering. Misschien heb ik de indruk gewekt dat ik tot dit leven ben gedwongen, dat mam me een weg op duwde die haar wat troost zou bieden zonder rekening te houden met mijn gevoelens – en ja, tot op zekere hoogste is dat ook zo – maar dat wil niet zeggen dat ik al direct bij aankomst op het seminarie wist dat ik heel geschikt was voor deze rol. Ik geloofde simpelweg. Ik geloofde in God, in de Kerk, in het vermogen van het christendom de wereld te verbeteren. Ik geloofde dat het priesterschap een nobele roeping was, een vak dat louter werd beoefend door fatsoenlijke mannen die goedheid en naastenliefde wilden verspreiden. Ik geloofde dat de Heer mij niet zomaar had gekozen. Ik hoefde niet te zoeken naar dit geloof, het hoorde gewoon bij me. En ik dacht dat dat nooit zou veranderen. (blz. 152)

Odran vertelt zijn verhaal door middel van flashbacks. In de tijd dat Odran begon op het seminarie waren priesters mensen waar naar opgekeken werd. Als iemand in een dorp of stad een verdwaald kind vond dan werd het naar de priester gebracht. Maar dit beeld veranderde. Er kwamen steeds meer verhalen naar boven over misbruik van kinderen…

Als ik nu terugdenk aan die jaren en aan alle keren dat ik Tom belde in weer een ander graafschap, vraag ik me af waarom ik nooit mijn bedenkingen had. Hij begon zijn loopbaan in Leitrim, maar werd na een jaar al overgeplaatst naar Galway. Daar bleef hij drie jaar, waarna hij naar Belturbet in Country Cavan verhuisde. Vandaar ging hij naar Longford, en vervolgens naar Wexford. De jaren daarop werkte hij in Tralee in het graafschap Kerry, in een kleine parochie in Sligo waarvan de naam me is ontschoten, twee jaar in Roscommon en nog twee in Wicklow, totdat hij na een korte tussenstop in een uithoek van Mayo die zelfs te kort was om zijn schoenen uit te trekken in Ringsend belandde. Elf parochies! Het was ongehoord dat een priester zo vaak werd overgeplaatst. Nee, bijna ongehoord. Natuurlijk waren er meer, alleen wist ik toen nog niet hoe ze heetten. (blz. 233)

Het priesterschap is veranderd. Alle priesters worden als verdacht bekeken. Hoe gaat Odran hiermee om? Is hij nog steeds trots om priester te zijn?

 

Mening over het boek

Odran vertelt een mooi en ontzettend treurig verhaal. Als lezer begrijp je niet waarom het zo lang duurt voordat Odran dingen opmerkt. Het is bijna niet te geloven dat de Katholieke kerk zo lang zijn best heeft gedaan om zijn priesters te beschermen in plaats van de kinderen. Ergens in het verhaal wordt verteld dat een priester werd overgeplaatst naar een andere parochie om de kinderen te beschermen. Blijkbaar werd er niet bij stilgestaan dat een priester in een nieuwe parochie opnieuw zijn gang kon gaan. Natuurlijk is de meerderheid van de priesters niet betrokken geweest bij misbruik. Helaas is ook voor hen het leven veranderd. Zij worden niet meer vertrouwd.

Wat ik in dit verhaal miste, en wat ik zo goed vind aan andere boeken van John Boyne, is een verrassing. Tijdens het lezen van dit boek krijg je aanwijzingen over de richting van het verhaal, en daar verandert niets aan. Voor mij was het verhaal daardoor voorspelbaar.

 

Ik heb dit boek gekregen van uitgeverij Meulenhoff Boekerij ter voorbereiding van de leesclubavond bij de uitgeverij op vrijdag 5 juni. John Boyne zal hierbij aanwezig zijn

 

Samenvatting en boekomslag komen van de website van uitgeverij Boekerij

Geef een reactie