Audrey Niffenegger – De tweeling van Highgate

Audrey Niffenegger – De tweeling van Highgate

De tweelingzusjes Julia en Valentina hebben een abnormaal sterke onderlinge band. Op een dag krijgen ze een brief van een Engelse advocaat. Hun tante Elspeth Noblin, die ze nooit ontmoet hebben, is overleden en laat haar Londense appartement na aan haar nichtjes. Nadat ze van hun verbazing bekomen zijn, besluiten de meisjes deze kans op avontuur te grijpen en te verhuizen naar Elspeths prachtige flat, die uitkijkt op de Highgate begraafplaats in Londen. Ze leren de andere bewoners van het gebouw kennen, onder wie Robert, de minnaar van hun overleden tante Elspeth, die alles over de begraafplaats lijkt te weten. Gaandeweg ontdekken de meisjes dat er nog veel leven is op Highgate. Vooral hun tante lijkt haar aardse leven niet goed achter zich te kunnen laten...

Audrey Niffenegger - De tweeling van Highgate
Uitgever: Boekerij
Jaartal: 2010
Bladzijden: 414
Vertaald door Jeannet Dekker
Mijn mening:

 

Mijn samenvatting

Elspeth stierf terwijl Robert voor een drankenautomaat stond te kijken naar de thee die met kracht in het plastic bekertje werd gespoten. Later zou hij zich herinneren dat hij met dat bekertje smerige thee door de gang van het ziekenhuis was gelopen, alleen onder de tl-lichten, terug naar de kamer waar Elspeth lag, omringd door apparaten. Ze had haar gezicht naar de deur gedraaid en haar ogen waren open; aanvankelijk dacht Robert dat ze bij bewustzijn was.
In de paar tellen voor haar dood had Elspeth nog gedacht aan een dag uit de voorbije lente van dat jaar, toen Robert en zij in Kew Gardens over een modderig pad langs de Theems hadden gewandeld. Het rook er naar rottende bladeren, het had geregend. Robert zei: ‘We hadden kinderen moeten nemen,’ en Elspeth antwoordde: ‘Doe niet zo mal, lieverd.’ Ze zei het hardop, in de kamer in het ziekenhuis, maar Robert was er niet en kon het niet horen.
Elspeth wendde haar gezicht naar de deur. Ze wilde ‘Robert’ roepen, maar haar keel zat opeens vol. Ze had het gevoel dat haar ziel door haar slokdarm naar buiten probeerde te klimmen. Ze probeerde te hoesten, haar keel leeg te maken, maar ze kon alleen maar gorgelen. Ik verdrink. Ik verdrink in een bed… Ze voelde een vreselijke druk, en toen zweefde ze. De pijn was weg en ze keek vanaf het plafond neer op haar kleine verwoeste lijf. (blz. 11)

Elspeth heeft in haar testament aangegeven dat haar appartement in Londen voor haar twee nichtjes is. Ze heeft deze tweeling nog nooit gezien, want zij zijn met hun ouders naar Amerika verhuisd. Hun moeder is de tweelingzus van Elspeth, maar ze hadden geen contact meer. Er is een brief van de notaris onderweg naar Amerika.

Ondertussen heeft Robert het er moeilijk mee dat Elspeth is overleden. Hij probeert haar appartement leeg te halen zodat er geen persoonlijke dingen meer staan als de tweeling naar Londen komt. Hij is ook bang om haar te vergeten.

Hij raakte in paniek. Hoe kan ik ervoor zorgen dat ik niets van Elspeth vergeet? Nu was hij nog vervuld van haar geur, haar stem, de aarzeling voordat ze aan de telefoon zijn naam uitsprak, de manier waarop ze bewoog wanneer hij met haar vrijde, haar vreugde over schoenen met onmogelijk hoge hakken, de gevoeligheid waarmee ze oude boeken vastpakte en haar gebrek aan sentiment wanneer ze die verkocht. Op dit moment wist hij alles wat hij maar over Elspeth kon weten, en hij moest dringend de tijd stilzetten om te voorkomen dat er iets zou ontsnappen. Maar het was te laat, hij had die moeten stoppen toen zij was opgehouden; nu rende hij haar voorbij, raakte hij haar kwijt. Ze was al aan het vervagen. Ik zou het allemaal moeten opschrijven… maar het zou nooit genoeg zijn. Wat ik ook schrijf, niets brengt haar terug. (blz. 21)

Het is maanden later als Julia en Valentina, de tweeling, naar Londen komt. Ze zijn nog nooit in een ander land dan Amerika geweest. Robert wil wel contact met hen opnemen, maar hij durft niet. Daarom besluit hij hen te volgen terwijl ze de weken erna de stad gaan ontdekken.

Julia en Valentina Poole liepen het vliegtuig uit en Heathrow op. Hun witte lakleren schoenen raakten op hetzelfde moment het tapijt, even precies als in een verfilmde musical. Ze droegen witte kniekousen, witte plooirokjes die tien centimeter boven hun knieen eindigden en effen witte t-shirts onder witte wollen jassen. Beide tweelingzussen droegen een lange witte sjaal en trokken een koffer achter zich aan. Op Julia’s koffer, die was overtrokken met roze en gele badstof, stond een Japanse stripfiguur, een aapje dat naar de mensen achter haar gluurde. De stripfiguur op Valentina’s blauw met groene koffer was een muis. De muis zag er tegelijkertijd verlegen en berouwvol uit.
Aan de andere kant van de ramen was de ochtendhemel blauw. De tweeling liep door eindeloze gangen, stond rechts op de roltrappen, volgde uitgeputte passagiers over hellingbanen en trappen. Ze stonden in de rij voor de douane, hand in hand, gapend. Toen ze aan de beurt waren, reikten ze hun maagdelijke paspoorten aan.
‘Hoe lang zal uw verblijf duren?’ vroeg de vermoeide man in uniform.
‘Voor altijd,’ zei Julia. ‘We hebben een etage geërfd. We gaan daar wonen.’ Ze keek glimlachend nar Valentina, die teruglachte. De vrouw keek kritisch naar hun verblijfsvergunning, zette stempels in hun paspoorten en gebaarde dat ze het Verenigd Koninkrijk konden betreden. (blz. 91)

Julia maakt kennis met Martin, de bovenbuurman. Zijn vrouw heeft hem pas verlaten, omdat ze het niet meer aankon om met zijn dwangmatige obsessies te leven. Julia gaat naar hem toe als er op een dag water door het plafond naar beneden komt. Martin blijkt een stukje vloer aan het schoonmaken zijn en gebruikt daar heel veel water voor. Ze raken in gesprek.

Martin lachte. Hij had zich in maanden niet meer zo onbekommerd gevoeld. ‘Beste kind, ik maak me zorgen over alles en iedereen. Maar inderdaad, ik maak me vooral zorgen om Theo. Dat doen ouders nu eenmaal. Ik heb me vanaf het moment van de bevruchting zorgen over hem gemaakt. Ik geloof niet dat het hem erg veel goed heeft gedaan, maar ik kan er niets aan doen.
Julia dacht aan Martin die de vloer boende. Je bent net een hond zich telkens weer op hetzelfde plekje likt. ‘En daarom maak je dingen schoon?’
Martin leunde achterover op zijn stoel en sloeg zijn armen over elkaar. ‘Dat is erg goed opgemerkt. Ja, dat klopt.’ Hij keek naar Julia en zij keek terug. Ze voelden allebei een klein schokje van herkenning. Hij is gestoord en ik begrijp hem, dacht zij. Maar misschien is hij niet helemaal gestoord. Het is een soort lucide gestoordheid, als in een droom. Martin zei: ‘Je onderzoekt graag dingen. Wat voor dingen?’
Julia probeerde het in woorden te vatten. ‘Gewoon… alles. Ik interesseer me vooral voor dingen die mensen niet zouden mogen zien. Ik bedoel, ik vond het leuk om het British Museum te bezoeken, maar ik had liever in alle werkkamers en magazijnen gekeken, ik wil in alle laden kijken en dingen… ontdekken. En ik wil meer over mensen weten. Ik bedoel, ik weet dat het vrij onbeleefd is, maar ik wil graag weten waarom je al die doezen hier hebt staan en wat erin zit en waarom je de ramen hebt dichtgeplakt en hoe lang dat al zo is en waarom je het gevoel hebt dat je alles moet schoonmaken en waarom je er niets aan doet.’
Julia kijkt Martijn aan en dacht: nu zal hij me vragen om weg te gaan. Er viel een ongemakkelijke stilte die heel lang leek te duren. Toen glimlachte Martijn. (blz. 140)

Hoe zal het Julia en Valentina bevallen in Londen? Komen ze erachter waarom hun tante Elspeth wilde dat zij haar etage zouden erven?

 

Mijn mening

Julia en Valentina zijn nogal wereldvreemd. Ze doen echt alles samen en slapen zelfs in hetzelfde bed. Valentina durft niet voor zichzelf op te komen en doet alles wat haar zus vindt dat ze moeten doen. Ze willen dezelfde studie gaan doen, terwijl ze toch andere interesses hebben. Valentina raakt verliefd op Robert. Julia is boos op haar, maar kan bij Martin haar verhaal kwijt.

Ik vond het een fascinerend soms bizar verhaal. Zeker naar het einde toe wordt het verhaal steeds vreemder. Het is ook een verrassend verhaal. Toch vind ik haar vorige boek “De vrouw van de tijdreiziger” leuker, omdat dat verhaal me meer aansprak. In De tweeling van Highgate vond ik de hoofdpersonen eigenlijk allemaal irritant. Soms wilde ik tegen ze zeggen dat ze normaal moesten gaan doen en hun eigen leven gaan leiden…

 

Samenvatting komt van de website van Bol.com, boekomslag komt van de website van bibliotheek Rotterdam

 

Geef een reactie