Elfie Tromp – Underdog

Elfie Tromp – Underdog

Om wat te verdienen werkt de excentrieke Rein als verzorger in de kennel van zijn familie. Hoewel zijn moeder Vera met haar Afghaanse windhonden lof oogst in de wereld van de hondenfokkerij, staat de zaak op de rand van de financiële afgrond. Adelien, de ambitieuze dochter, ziet maar één redmiddel: hun topteef laten dekken door een internationale topreu. Daarvoor moeten Rein en Adelien naar de outback van Australië, waar hun dromen ernstig op de proef worden gesteld.

Elfie Tromp - Underdog
Uitgever: De Geus
Jaartal: 2015
Bladzijden: 210
Genre: Psychologisch verhaal
Mijn mening:

 

Luister naar het begin van het boek:

 

Mijn samenvatting

Nog vijf minuten voordat het gevecht begint. Rein zit klaar. Koptelefoon op. Microfoon aan. Sixpack op zijn plakkerige bureau. Kaascrackers ernaast. Lege Spafles bij zijn voeten om in te plassen. Het enige licht in de kamer komt van het beeldscherm. Het peertje aan het plafond is al weken stuk. Rein heeft geen zin om het te vervangen. Dan moet hij de trapleer naast de koelkast pakken, die naar zijn kamer slepen, uitklappen en beklimmen. Dat zijn vier handelingen te veel voor hem. Bovendien is licht schijnveiligheid. Sinds het kampvuur maakt de mens de denkfout dat het veiliger is als hij alles kan zien, maar licht maakt juist kwetsbaar. Verstoppen doe je altijd in het donker.
Rein is een druïde. Hij heeft een lange, witte baard en draagt een karmijnrode pij, afgebiesd met een gouden rand. Hangend aan een vlieger cirkelt hij rond de ingang van de grot. Daarna kiest hij voor een grote sprinkhaan, rijdt er een stukje mee en stopt hem weer weg. Hij maakt een koprol in de lucht. Op het scherm loggen zijn teamleden een voor een in. Een mannetje met een staf verschijnt, een zwevende weerwolf, een rennende zonnebloem met een lachend gezicht. Od Godot is er nog niet. Weer niet. Van een advocaat zou je meer punctualiteit verwachten. Groepsleider Jodida, een Elf, schraapt haar keel. (blz. 3)

Rein houdt niet van mensen om zich heen. Het liefst zou hij de hele dag gamen. Helaas moet er ook geld verdiend worden. Daarom is hij schoonmaker in de hondenkennel van zijn moeder. Zijn moeder Vera fokt Afghaanse windhonden. Samen met haar dochter Adelien gaat ze regelmatig met haar honden naar hondenshows. Ze hebben prijswinnende honden. Toch gaat het niet zo goed met de kennel. Adelien, die de financiën van de kennel doet, heeft een plan. Via internet heeft ze contact opgenomen met een grote kennel in Australië. Deze kennel heeft honden die op internationale hondenshows prijzen winnen. Door één van hun teefjes te laten dekken door een Australische tophond denkt ze veel geld te kunnen verdienen. Ze zou dan wel met één van hun honden naar Australië moeten, want deze fokker doet niet aan kunstmatige inseminatie.

‘We hebben puppy’s’, zegt Juan.
‘Een van de nieuwe teefjes?’
‘De Poolse.’
Ze lopen het huis in, naar de verloskamer. De rossige moederhond ligt hijgend in de werpkist. Naast haar de verzorger, een verlegen Griekse jongen die nu een paar maanden bij Bonilla werkt. De jongen houdt zijn hond een bakje water voor. Bonilla knielt, laat zijn hand likken door het teefje. De oogjes van de pups zijn geopend, maar nog bedekt met een blauw vlies. Een voor een tilt Bonilla de mollige beestjes op en bekijkt ze uitvoerig. Opent de bekjes. Voetl aan de balletjes. Aait het hoofdje van een reu met een zwartgevlekte tong. Hij gelooft in gelukstekens. Een klaaglijk kermend zwartje waar de ribbetjes van te zien zijn, geeft hij aan Juan.
‘Dit kan weg’, zegt hij.
‘Geef hem nog een weekje’, zegt Juan.
‘Als hij in de baarmoeder de zwakste is, dan zal het erbuiten niet anders zijn.’ Bonilla staat op. ‘Zijn er nog berichten?’
‘De Russen komen morgen langs. De Chinezen hebben nieuwe pups om te bekijken. Een een kleine kennel uit Europa heeft een dekaanvraag gedaan.’
‘Bekend?’
‘Niet bij ons.’
Bonilla neemt een slok van zijn icetea.
‘Zoek uit wat ze te bieden hebben’, zegt hij. (blz. 27)

Hun dekaanvraag wordt goedgekeurd! Adelien maakt plannen om samen met haar moeder en twee Afghaanse windhonden naar Australië af te reizen. Dan breekt Vera haar been. Ze kan dus niet mee. Adelien overtuigt Rein om met haar mee te gaan. De honden worden vooruitgestuurd, want die moeten eerst een aantal weken in quarantaine. Adelien schrijft de honden ondertussen in voor een aantal hondenshows. En dan is het zover: Adelien en Rein vertrekken naar Australië. Ze landen in Sydney en huren daar een auto. Ze rijden naar het zuiden, richting Melbourne waar ze mee gaan doen aan een grote hondenshow.

Tussen de steden ligt de wildernis te wachten. ga niet van het pad! pas op, glibberige stenen! let op, klif! waarschuwen bordjes bij uitgehakte wandelroutes. draag hoge schoenen! wandel wijs! Hoewel er stalen trapjes naast de glibberigste steenformaties zijn gezet, houden de giftige slangen die tussen de treden verborgen liggen, zich niet aan de voorschriften van het Bureau van Toerisme. Eén onoplettende stap op een staart en de statistiek van overleden wandelaars stijgt weer, gestorven in de natuur, staat er op kleine plaquettes langs natuurroutes met namen en data. Krioelt het van het verkeer rond de grotere stippen de kaart, ertussen rijden ze eenzaam de enige verbindingsweg af. Van Katoomba naar Ulladulla slingeren ze vijf uur onafgebroken door een oerbos van ceder en eucalyptus. Het is een onbewolkte dag, toch rijden ze met de koplampen aan, zo weinig licht laten de dikke takken door. Ze naderen een klein pompstation. laatste stop komende 100 kilometer staat er met brandweerrode letters op een groot houten bord geschilderd. Adelien remt. (blz. 122)

Bij deze hondenshow ontmoet Adelien Bonilla (de Australische fokker) voor het eerst. Ze is onder de indruk van hem. Ze vindt hem een echte alfaman. Hij bekijkt haar honden en nodigt haar uit om naar zijn kennel te komen. Zijn kennel zit in Alice Springs, in het midden van Australië. Zal Bonilla toestemming geven voor het laten dekken van hun hond? Is Bonilla de vriendelijke man die hij volgens Adelien is? Is deze reis naar Australië alle moeite waard? Rein is door Adelien meegesleept, maar hoe vindt hij deze reis?

 

Mijn mening

Het boekomslag viel me via sociale media al een tijdje op. Ik was dan ook erg blij dat ik via Instagram bij uitgeverij De Geus twee exemplaren won. Conny kreeg het andere exemplaar, want we hadden al een tijdje plannen om iets samen te gaan doen. Vandaar dat vandaag op onze blogs een recensie verschijnt plus een blogpost met daarin vragen die we hebben bedacht tijdens het lezen van het boek. Maar goed, wat vond ik van dit boek?

Ik vond het een aardig boek om te lezen. Het verhaal las gemakkelijk. Het is een chronologisch verhaal, dat zich eerst in Nederland afspeelt en daarna in Australië. De reis door Australië vond ik herkenbaar om te lezen. Ik heb zelf bijna een jaar in Melbourne gewoond, in St. Kilda zelfs, wat in het boek genoemd wordt. Ik wandelde regelmatig langs het Lunapark en ook de pinguïns heb ik wel eens gezien. Daarna hebben C. en ik een half jaar door Australië gereisd en de lege wegen, het stof en de sfeer is erg herkenbaar. Ik zou zo weer terug willen om door dit land te reizen.

Rein en Adelien zijn allebei egoïstisch. Ze willen hun eigen gang gaan en niet gehinderd worden door wat andere mensen van hen denken. Rein wil alleen maar gamen. Contact met zijn medespelers heeft hij liever niet. Hij weet niet hoe hij op mensen moet reageren en doet dat daarom liever niet. Mensen negeren is voor hem prettiger. Adelien is alleen maar bezig met beroemd worden. Ze wil de beste fokker van Afghaanse windhonden worden. De fokker waar iedereen naartoe komt om puppy’s te kopen en/of hun eigen honden te laten dekken. Toch blijkt het volhouden van hun egoïsme lastiger te zijn dan ze denken…
Eén van de dieptepunten op dit gebied is als hun moeder weer uit het ziekenhuis komt en Adelien iets heeft geregeld:

‘Wanneer komt ze terug?’
‘Morgen. Ze wilden de komende weken iemand van de Thuiszorg langssturen om haar te helpen met wassen en aankleden. Dat wil mama niet. Ik heb gezegd dat jij dat wel zou doen. Ik bedoel, jij bent toch hier om de honden te verzorgen. Mama doe je er dan gewoon even bij.’ (blz. 72)

Ik vond het leuk om een verwijzing te lezen naar een boek van Roald Dahl:

Glimlachend uitleggen wat je gaat doen. Altijd vriendelijk blijven, hoe vaak je ook gebeten wordt. De hond kan er nooit wat aan doen, ook niet als het een rotbeest is. Liever gaat hij op bezoek bij de boeren, net als zijn collega’s. Niemand die mekkert als je een koe even vastbindt om een inwendig onderzoek te doen. ‘s Avonds heeft de dierenarts kramp in zijn wangen. Zoals een marathonloper door de verzuring heen loopt, zo lacht hij zich de dag door. Hij is de gvr voor alle diertjes die hier binnenkomen. Van hem valt niets te vrezen. (blz. 25)

 

Voor wie is dit een leuk boek?

  • voor mensen die van een road movie-achtig verhaal houden
  • voor mensen die van honden en/of hondenshows houden
  • voor mensen die van Australië houden

 

Lees hier de recensie van Conny en hier onze vragen & antwoorden naar aanleiding van het lezen van dit boek.

 

Met dank aan uitgeverij De Geus, want via hun Instagram-account won ik twee exemplaren van dit boek

 

Geef een reactie