Ernest van der Kwast – De ijsmakers

Ernest van der Kwast – De ijsmakers

Helemaal in het noorden van Italië ligt de vallei van de ijsmakers: een tiental dorpjes dat al generaties lang gespecialiseerd is in het bereiden van ijs. Volgens Giuseppe Talamini is het er zelfs uitgevonden. Zijn familie vertrekt elke lente naar de ijssalon in Rotterdam, in de winter keren ze terug naar de bergen. Maar zijn zoon Giovanni besluit met deze traditie te breken. Hij is gegrepen door de poëzie en schopt het tot directeur van het belangrijkste poëziefestival van de wereld. Op een dag doet zijn jongere broer Luca, die niet alleen de ijszaak in Rotterdam maar ook het mooiste meisje van het dorp heeft gekregen, hem een hoogst ongebruikelijk verzoek. Dan komt Giovanni voor de keus te staan nog eenmaal het belang van de familie te dienen of definitief voor zichzelf te kiezen.

Ernest van der Kwast - De ijsmakers
Uitgever: De Bezige Bij
Jaartal: 2015
Bladzijden: 304
Mijn mening:

Koop dit boek bij Bol.com
Als je via de link hierboven iets koopt krijg ik daar een klein percentage van. Voor jou blijft de prijs hetzelfde! Dit geld wil ik gebruiken voor het onderhoud van mijn website. Alvast bedankt!

 

Voorleesfragment

 

Mijn samenvatting

Vlak voor zijn tachtigste verjaardag werd mijn vader verliefd. Het was liefde op het eerste gezicht, liefde die als een donderslag uit het niets komt, een bliksemstraal die een boom velt. Mijn moeder belde me op. ‘Beppi heeft zijn verstand verloren,’ zei ze.
Het gebeurde tijdens de live-uitzending van de Olympische Spelen in Londen. Om precies te zijn: tijdens de finale van het kogelslingeren voor vrouwen. Mijn vader heeft een satellietschotel op het dag laten plaatsen en kan meer dan duizend kanalen ontvangen. Hij zit hele dagen voor de tv, een prachtig plat scherm, en drukt dan in een constant hoog tempo op de knop van de afstandsbediening. Voetbalwedstrijden in Japan komen voorbij, Arctische natuurfilms,Spaanse arthouse, reportages van rampen in El Salvador, Tadzjikistan, Fiji. En natuurlijk schitterende en glitterende vrouwen van over de hele wereld. De rondborstige Braziliaanse presentatrices, de bijna naakte Griekse showgirls, de nieuwslezeressen wier berichten je, afgezien van de taal (Macedonisch? Sloveens?), ontgaan door hun glanzende, volle lippen. (blz. 5)

Giovanni is de zoon van Giuseppe, een ijsmaker in Rotterdam. Giovanni is dichter en wilde de ijssalon niet overnemen van zijn ouders. Dat heeft zijn broer Luca gedaan. Hij vond het zijn taak om de ijssalon te laten bestaan. Giuseppe leerde vroeger in Italië ijs maken. Toen hij jong was ging hij met de mannen uit het dorp mee om sneeuw te oogsten.

De eerste keer had niemand hem gehoord, omdat hij zijn vraag had gefluisterd. Maar toen hij hardop durfde te herhalen wat hij had gezegd – waarom ze eigenlijk sneeuw in de wagons stopten? – keek iedereen hem aan. Giuseppe was jong en hij was nieuwsgierig, niet alleen naar de gewone zaken; hij vermoedde achter sommige dingen een hele wereld waar hij niet van af wist, schitterend licht aan het einde van de tunnel.
‘We zijn aan het oogsten,’ vertelde zijn vader. ‘We halen de sneeuw binnen.’
Bij het woord ‘oogst’ dacht hij aan aardappelen, bieten, appels. Niet aan sneeuw in de bergen. Giuseppe keek naar de wagons met de gesloten deuren. Hij begreep er nog altijd niets van.
Enrico nam het over. ‘Ze maken er ijs mee,’ zei hij.
‘IJs?’
‘Niet het ijs dat jij kent, waarover je kunt lopen en schaatsen.’
‘Ander ijs?’
‘Verschillende smaken. Aardbeien, vanille, mokka.’
Hij vervolgde: ‘Het wordt verkocht in de steden en het smaakt nog beter dan een vrouw.’
Het was alsof er een licht in zijn hoofd werd uitgestort, rechtstreeks in zijn geest.
‘Ik heb in Wenen ijs gegeten dat was gemaakt van sinaasappels uit Spanje.’
‘Dat kan niet,’ zei Antonio Zardus vastberaden, zijn stem donker en diep.
Enrico ging er niet op in. ‘Ze verkochten het op straat, uit een karretje met koperen blikken.’
Zoals andere mensen verliefd worden, koortsachtig en onvergetelijk, zo verlangde Giuseppe naar het ijs dat Enrico Zangrando beschreef. Jaren later kon hij het gesprek nog altijd woord voor woord herhalen. (blz. 20)

Hij leerde ijs maken en kon mensen met zijn ijssmaken betoveren. Hij besefte dat dit was wat hij wilde doen met zijn leven: ijs maken. Uiteindelijk verhuisde hij naar Nederland, naar Rotterdam om daar een ijssalon te beginnen. Het was hard werken. Elke zomer was hij druk met ijs maken en in de winter had hij tijd om uit te rusten. Giovanni en Luca moesten op een gegeven moment naar kostschool, omdat hun ouders geen tijd hadden om voor hen te zorgen.

Ik was zes jaar toen ik door mijn ouders naar de kostschool in Vellai di Feltre werd gestuurd. Het was het lot van kinderen van ijsmakers. Je kunt als baby, peuter en kleuter elk seizoen met je ouders meereizen naar de ijssalon, maar daarna moet je naar school. In Italië. Het voordeel was dat je in de winter naar huis kon en in de lange zomervakantie, die in Italië drie maanden duurt, naar Nederland. Het nadeel was dat je de rest van de tijd in een internaat zat dat door nonnen werd geleid. Ze waren streng en ouderwets, maar ze leerden mij schrijven, lezen en rekenen. Ik was een kind dat graag in de schoolbanken zat, gebogen over een schriftje, pen in mijn rechterhand. En mijn tong uit mijn mond, volgens Luca, die me vaak nadeed. Hij kwam twee jaar na mij naar Vellai di Feltre, maar hij kon niet wennen aan het regime van de nonnen. Ze waren heel strikt en sloegen ons soms met de vlakke hand.
‘Mis jij papa en mama niet?’ vroeg Luca mij bijna dagelijks.
‘Een beetje,’ was mijn antwoord. Ik probeerde sterk te zijn.
‘Ik heel veel.’
‘Ze moeten werken,’ zei ik. ‘De ijsmachines moeten draaien.’
‘Draaien, draaien, draaien,’ zei Luca. Het was zoals mijn vader het ons had uitgelegd. Wij moesten leren, de ijsmachines moesten draaien. (87)

Toen wist Giovanni eigenlijk al dat hij later geen ijsmaker wilde worden. Hij wilde zijn eigen leven leiden… Maar dat zorgt wel voor spanningen binnen de familie.

 

Mijn mening

Ik heb “De ijsmakers” gelezen toen ik kampeerde in het zuiden van Spanje. Een perfecte omgeving (en temperatuur) om een boek over ijs te lezen 🙂

Dit boek heeft gisteravond (16 september) de Dioraphte Literatour Prijs 2016 gewonnen. Dit is de prijs voor het beste jongerenboek.

Tijdens het lezen van dit boek kreeg ik veel zin in Italiaans ijs. De ijssalon waarop dit boek gebaseerd is bestaat echt en zit aan de Oude Binnenweg in Rotterdam. Ik heb er wel eens een ijsje gegeten. Ik vind het een fascinerend verhaal. Ik wist dat Italiaanse ijsmakers in de winter niet in Nederland zijn, maar eigenlijk wist ik niet waarom dat was. Door dit boek krijg je inzicht in het leven van ijsmakers. Giovanni, de oudste zoon, wil het ijsvak niet in en dat levert spanningen op in de familie. Mag je voor jezelf kiezen of moet je doen wat je ouders van je verwachten? Dat is een vraag waar veel mensen mee worstelen. Maar uiteindelijk moet je kiezen voor datgene wat bij jou past. Het is herkenbaar voor de lezer.

Ik denk dat dit een leuk boek is voor jongeren die op zoek zijn naar een boek om voor school te lezen (voor de lijst) en voor mensen die houden van Nederlandse literatuur. Het is perfect te lezen in een mooie zomer, maar ook op andere momenten.

 

Boekomslag en samenvatting komen van de website van uitgeverij De Bezige Bij

 

20150205-5
Ernest van der Kwast las voor tijdens een donateursavond van boekhandel Donner
20150205-7
mijn gesigneerde boek

Geef een reactie