Guillermo Arriaga – De ontembare

geplaatst in: Recensie | 0
Guillermo Arriaga – De ontembare

In "De ontembare' speelt Juan Guillermo's rauwe leven zich af op de daken van Mexico-Stad. De dood van zijn oudere broer is een enorme klap voor hem. Vier jaar later zijn ook zijn ouders en grootmoeder dood. Hij wil wraak voor de moord op zijn familie, gepleegd door een club fanatiek religieuze jongens uit zijn wijk. De achtergrond van het verhaal is er een van repressie, politiecorruptie en -geweld, en kerkelijke inmenging waar die niet hoort. Duizenden kilometers verderop jaaf een Inuit geobsedeerd op een beruchte grijze wolf in het hoge noorden van Canada.

Informatie
Schrijver: Guillermo Arriaga
Titel: De ontembare
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaartal: 2019
Bladzijden: 832
Vertaler: Eugenie Schoolderman, Peter Valkenent
Leeftijd: 18+
Genre: zonder genre

Boek gelezen: 17 januari t/m 4 maart 2019
Mijn mening:
Koop dit boek bij bol.com

Voorleesfragment

Mijn samenvatting

Het was zeven uur toen ik na een lange siësta wakker werd. Het was warm. Een te hete zomer voor een stad waar het bijna altijd koud was. Mijn kamer, door mijn vader getimmerd van spaanplaat, bevond zich op de begane grond, naast het toilet voor bezoekers. Zonder ramen, verlicht door een kaal peertje aan een stuk ijzerdraad. Een vouwbed, een klein bureau.
De anderen hadden hun kamer op de bovenverdieping. Door de niet meer twee centimeter dikke wanden kon ik hun dagelijkse bezigheden volgen. Hun stemmen, hun voetstappen, hun stilte.

Zwetend stond ik op. Ik opende de deur van mijn kamer en liep het huis in. Iedereen was er. Mijn oma zat op de bank te kijken naar een quiz op de televisie, een enorm gevaarte dat de halve kamer in beslag nam. Mijn moeder stond in de keuken te koken. Mijn vader zat aan de keukentafel de brochures van hun reis naar Europa te bekijken. Mijn ouders waren de eersten ooit binnen onze familie die een trans-Atlantische vlucht gingen maken. Ze zouden de volgende ochtend naar Madrid vliegen en twee maanden door verschillende landen reizen. Mijn broer Carlos, die zes jaar ouder was dan ik, aaide op zijn hurken onze hond King, een voskleurige boxer met een opvallend litteken links op zijn bovenlip, het gevolg van een messteek die hem was toegebracht door een dronken kerel toen hij als pup tegen hem op was gesprongen om te spelen. In hun kooi hipten Whisky en Wodka, de grasparkieten, van het ene stokje op het andere, hopend dat mijn oma snel een doek over de kooi zou doen zodat ze konden gaan slapen.

In mijn dromen zie ik vaak dat beeld van toen van mijn familie. Dat was de laatste keer dat ik iedereen samen zag. Vier jaar later zouden ze allemaal dood zijn. Mijn broer, mijn ouders, mijn oma, de parkieten, King. (blz. 7)

Juan is de hoofdpersoon van dit verhaal. Hij woont in een niet al te beste wijk in Mexico-stad. Hij zit aan de andere kant van de stad op een dure privéschool. Zijn ouders willen dat hij een betere kans op een goede toekomst krijgt. Buiten schooltijd brengt Julio zijn tijd door met zijn vrienden, de Jaibo, de Eend en de Waterlander.

De Jaibo, de Eend, de Waterlander en ik zaten ‘s avonds graag te kletsen bij de wasrekken van mevrouw Carbajal op het dak van haar huis. Met zijn dertien jaar rookte de Jaibo twee pakjes Delicados per dag. Hij rookte zo idioot veel omdat hij niet stil kon zitten. De Waterlander – zo noemden we hem omdat hij nogal sentimenteel was en vaak volschoot – bracht graag biertjes mee om te delen met de Eend. Ik dronk noch rookte: ik had besloten om nuchter te doen wat de anderen alleen onder invloed durfden.
In onze wijk zocht bijna iedereen zijn toevlucht op de daken. Daar viel niemand ons lastig. Na de chaos van 1968, de massamoord op studenten op het Tlatelolco-plein en de paranoïde communistenjacht door de regering, reden de arrestantenwagens – dichte politiebusjes met achterin twee houten bankjes waar de opgepakte personen tegen elkaar aan gedrukt zaten – dagelijks door de buurt. De agenten patrouilleerden staand op de achterbumper, waarbij ze zich vasthielden aan twee aan de deuren gelaste stangen. Als ze je op straat tegenkwamen, sprongen ze van de bumper en werd je in de kraag gevat op beschuldiging van landloperij en opruiing (hoewel geen van hen wist wat dat betekende) en meegenomen en in een isoleercel gegooid, met handboeien die zo strak zaten dat je bloedsomloop werd afgesneden. Eenmaal opgesloten werd je voortdurend geschopt en geslagen en kreeg je net zolang elektrische schokken op je testikels toegediend tot iemand genoeg smeergeld kwam brengen en ze je vrijlieten. In het beste beperkten ze zich ertoe om je op straat te achtervolgen en met een knuppel te bewerken. ‘Dat zal je leren om een echte kerel te zijn en er niet bij te lopen als een wijf’, en lieten ze je gaan na te hebben gedreigd: ‘Als we je nog een keer met lang haar tegenkomen, dan snijden we je ballen eraf, als je dan toch zo graag een wijf wilt zijn.’
De enigen die door de politie met rust werden gelaten waren de ‘goede jongens’, de jongens die lid waren van de Katholieke Jongerenbeweging. De goede jongens hadden kortgeknipt haar, droegen overhemden met lange mouwen die tot en met het bovenste knoopje waren dichtgeknoopt en hadden een kruis om hun nek hangen. Ze gebruiken geen ‘lelijke woorden’, gingen dagelijks naar de kerk, droegen de boodschappentassen van oudere dames van de supermarkt naar huis en brachten eten naar weeshuizen. Ze waren het ideaal van elke moeder of schoonmoeder: voorbeeldige kinderen, uitstekende leerlingen, keurige jongens. Proper, netjes, fatsoenlijk, ijverig, verantwoordelijk. (blz. 18)

Carlos, de broer van Julio, verdient zijn geld met illegale activiteiten. Zo heeft hij een chincillafokkerij op de daken. Julio zorgt samen met zijn vrienden ervoor dat de dieren eten krijgen. Op een dag wordt Julio gevraagd of hij bij een bijeenkomst van de ‘goede jongens’ wil komen. Carlos raadt hem aan om te gaan zodat hij ze kan bespioneren. Zo kan Carlos te weten komen wat de ‘goede jongens’ van zijn illegale activiteiten weten. De ‘goede jongens’ werken namelijk steeds meer samen met de corrupte politie.

Carlos, de Gek en de Woeste Bever kwamen aansprinten door de straat. Ze sprongen over de muur rond het huis van de familie Montes en renden met treden tegelijk de wenteltrap naar het dak op. Achter hen aan gestormd kwamen met getrokken pistool acht agenten van de recherche. Vier van hen sprongen ook over de muur om ze te achtervolgen, terwijl de andere vier verder de straat in renden. De Eend en ik zagen ze in de verte voorbijkomen terwijl we de chinchilla’s aan het voeren waren. Behendig zigzagden Carlos en zijn vrienden tussen het hangende wasgoed door en vergrootten zo de afstand tussen hen en de politiemannen.
De agenten, onbekend met het labyrint van daken, stortten bijna in het gat van drie meter dat de huizen van de familie Rodríquez en de Padilla’s van elkaar scheidde. Ze bleven staan om te besluiten of ze het erop zouden wagen of een andere route zouden kiezen, wat Carlos en de anderen voldoende tijd gaf om uit zicht te verdwijnen.
Spinnijdig omdat ze hen uit het oog waren verloren, begonnen de agenten huis voor huis te doorzoeken. Zonder eerst om toestemming te vragen, ze drongen gewoon de woningen binnen. In wijken als de onze hadden agenten geen aanhoudingsbevel of instructies van een rechter nodig. Hun macht en autoriteit waren voldoende. Wetten en rechten golden in andere delen van de stad, waar mijn klasgenootjes van de privéschool woonden, niet hier.
Urenlang zochten de agenten naar mijn broer en zijn vrienden. Ze openden wc-deuren, keken onder bedden, forceerden sloten, doorzochten kamer voor kamer, bedreigden de bewoners. Niets. Geen spoor. Mijn broer en zijn vrienden waren in rook opgegaan. (blz. 46)

De politie blijft de wijk goed in de gaten houden en vooral de hoofdinspecteur heeft zijn zinnen gezet op het arresteren van Carlos. Vier jaar na het begin van het boek is de hele familie van Julio dood. Julio wil wraak voor de dood van Carlos. De ‘goede jongens’ hebben Carlos verraden aan de politie. Zal het Julio lukken om wraak te nemen? Zal hij zich hierdoor beter voelen?

Ondertussen is er een tweede verhaallijn in het boek waarin de Inuit Amaruq geobsedeerd raakt door een wolf en de wolf maandenlang achtervolgt. Wat heeft deze verhaallijn met Julio te maken?

Over dit boek

Ik heb dit boek als recensieboek gekregen van uitgeverij AtlasContact. Op zaterdag 2 februari mocht ik aanwezig zijn bij een leesclub georganiseerd door de uitgeverij en Hebban waarbij de schrijver aanwezig was. Het boek is op 2 februari door Guillermo Arriaga gesigneerd.

Op basis van de omschrijving leek me dit een interessant boek, maar het viel me helaas tegen. Op 2 februari, bij de leesclub, bleek dat bijna iedereen het boek al uit had en erg lovend over het boek was. Ik was op dat moment net halverwege en wist nog niet of ik verder wilde lezen. Uiteindelijk heb ik het boek wel uitgelezen en ik vond het niet zo boeiend. Het verhaal is traag en pas de laatste honderd bladzijden vond ik het verhaal echt interessant worden. Verder vond ik vooral de verhaallijn die zich in Alaska afspeelt interessant. Helaas was dit niet het juiste boek voor mij…

Ik vond het interessant dat er twee verhaallijnen in het boek zitten en dat het best lang duurt voordat deze twee verhalen bij elkaar komen.

gesigneerd Guillermo Arriaga - De ontembare

Geef een reactie

Onzinreacties en spam worden natuurlijk niet geplaatst...

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.